Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:360

2022-03-15 Strafrecht 20/00122
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-03-15
Publicatiedatum
2022-03-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/00122
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/318

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd (art. 310 jo. 311.1.4 Sr), medeplegen oplichting (meermalen gepleegd) van bloemen- en plantenwinkel en houtzagerij (art. 326.1 Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklacht medeplegen diefstal m.b.t. bestanddeel ‘toebehoorde’. Behoorde geldbedrag toe aan beheerder van vereniging van eigenaren? 2. Bewijsklachten medeplegen diefstal m.b.t. wegnemen van geld. 3. Bewijsklachten m.b.t. medeplegen oplichting van bloemen- en plantenwinkel. Is bloemen- en plantenwinkel door oplichtingsmiddelen bewogen tot afgifte van diverse goederen? 4. Bewijsklacht medeplegen oplichting houtzagerij. Is intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte aan oplichting van voldoende gewicht geweest om zijn aandeel te kunnen kwalificeren als medeplegen? 5. Bewijsklacht deelname aan criminele organisatie. Is gebleken van duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/00244 en 20/00225.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.108 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/00122

Datum 15 maart 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 januari 2020, nummer 21-001256-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste tot en met het zesde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het zevende cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.


3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.




4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 21 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2022.