Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:280

2022-02-18 Civiel recht; Verbintenissenrecht 20/04119
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-02-18
Publicatiedatum
2022-02-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/04119
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/241

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Pachtrecht. Schending onderhoudsverplichtingen door pachter. Door de rechter verleende terme de grâce om alsnog aan onderhoudsverplichting te voldoen (art. 7:376 lid 2 BW). Kan de rechter vordering tot ontbinding pachtovereenkomst afwijzen op de grond dat de na het verstrijken van de terme de grâce nog resterende tekortkoming ontbinding niet rechtvaardigt (art. 6:265 lid 1 BW)?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.091 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 20/04119

Datum 18 februari 2022


ARREST


In de zaak van



[verpachter],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: [verpachter],
advocaat: J.H.M. van Swaaij,


tegen



[pachter],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: [pachter],
advocaat: H.J.W. Alt.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak 4537277/15-6539 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 januari 2016, 24 juni 2016 en 25 november 2016 ;


de arresten in de zaak 200.207.676 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2018, 5 juni 2018, 26 november 2019 en 13 oktober 2020.




[verpachter] heeft tegen het arrest van het hof van 13 oktober 2020 beroep in cassatie ingesteld.

[pachter] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verpachter] mede door J.M. Moorman en A.C. Tjepkema.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [verpachter] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.






3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het principale beroep;


veroordeelt [verpachter] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [pachter] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verpachter] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 februari 2022.