Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:25
2022-01-14
Bestuursrecht; Belastingrecht
21/00529
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:25 → ECLI:NL:GHSHE:2020:4097
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2020:169 Hoge Raad 31-01-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:4097 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2020
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1235 Gerechtshof Den Haag 17-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2022:4052 Rechtbank Midden-Nederland 30-09-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:4053 Rechtbank Midden-Nederland 30-09-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3930 Rechtbank Midden-Nederland 26-08-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3496 Rechtbank Midden-Nederland 26-08-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3361 Rechtbank Midden-Nederland 03-08-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:3826 Rechtbank Rotterdam 19-05-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:496 Gerechtshof Den Haag 08-03-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (3.017 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 21/00529
Datum 14 januari 2022
ARREST
in de zaak van
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DRUTEN
tegen
STICHTING [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, nr. 20/00125, betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].
1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2020, nr. 19/03803, ECLI:NL:HR:2020:169, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nr. 18/00369, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten (hierna: het College), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.164, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2022.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten wordt een griffierecht geheven van € 541.
ECLI:NL:GHSHE:2020:4097.
BELASTINGKAMER
Nummer 21/00529
Datum 14 januari 2022
ARREST
in de zaak van
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DRUTEN
tegen
STICHTING [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, nr. 20/00125, betreffende de beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2017 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].
1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van 31 januari 2020, nr. 19/03803, ECLI:NL:HR:2020:169, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nr. 18/00369, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten (hierna: het College), vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft het middel over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Proceskosten
Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.164, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2022.
Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten wordt een griffierecht geheven van € 541.
ECLI:NL:GHSHE:2020:4097.