Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:241
2022-02-18
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
20/03154
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:241 → ECLI:NL:GHARL:2020:5241 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:241 → ECLI:NL:PHR:2021:867 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Procesrecht. Grievenstelsel. Grenzen partijdebat in hoger beroep. Motiveringsklachten. Art. 6:101 BW. Eigen schuld; billijkheidscorrectie.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.283 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03154
Datum 18 februari 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,gevestigd te [woonplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,gevestigd te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweersters],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/05/316754 / HZ ZA 17-117 van de rechtbank Gelderland van 19 juli 2017 en 31 januari 2018;
de arresten in de zaak 200.246.894 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2019 en 7 juli 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 7 juli 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweersters] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze, als voorzitter, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 februari 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/03154
Datum 18 februari 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,gevestigd te [woonplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,gevestigd te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweersters],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/05/316754 / HZ ZA 17-117 van de rechtbank Gelderland van 19 juli 2017 en 31 januari 2018;
de arresten in de zaak 200.246.894 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2019 en 7 juli 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 7 juli 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweersters] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze, als voorzitter, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 18 februari 2022.