Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1939

2022-12-23 Strafrecht 22/04617
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-12-23
Publicatiedatum
2022-12-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
22/04617
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/132

Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking lid Hoge Raad in strafzaak, ingediend door een verdachte. Verplichte procesvertegenwoordiging; ontvankelijkheid (HR 23 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6270).

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.151 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



VIERDE KAMER






Nummer 22/04617

Datum 23 december 2022




BESLISSING




in de zaak van




[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker)



betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking van het hierna aan te duiden lid van de Hoge Raad.





1De procedure

1.1
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld in de zaak die bij de strafkamer van de Hoge Raad is ingeschreven onder nummer 22/03275. Bij brief van 15 november 2022 is aan verzoeker bericht dat de Hoge Raad zijn cassatieberoep in behandeling zal nemen op dinsdag 6 december 2022 om 12:30 uur en dat de Hoge Raad naar verwachting op die dag uitspraak zal doen. In de brief staat tevens dat is geconstateerd dat geen schriftuur met middelen van cassatie is ingediend door een advocaat, en dat dit zou betekenen dat verzoeker niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.


1.2
Bij op 5 december 2022 bij de Hoge Raad ingekomen e-mail heeft verzoeker bericht dat hij de wraking verzoekt van “de voorzitter van de Hoge Raad in zaak S 22/03275 B”. Dit verzoek is bij de Hoge Raad ingeschreven onder nummer 22/04617. Het lid van de Hoge Raad tegen wie het verzoek is gericht, heeft meegedeeld dat, indien dit verzoek als een wraking wordt aangemerkt, niet in de wraking wordt berust en wordt afgezien van de mogelijkheid te worden gehoord.


1.3
Bij aangetekende brief van 8 december 2022 heeft een waarnemend griffier van de Hoge Raad aan verzoeker gelegenheid gegeven een verzuim in het verzoek te herstellen, door zich binnen twee weken na dagtekening van de brief door een advocaat te laten vertegenwoordigen ter zake van zijn verzoek. Een stelbericht van de advocaat diende op uiterlijk 22 december 2022 te zijn ontvangen. Van deze gelegenheid heeft verzoeker geen gebruik gemaakt.




2Beoordeling van het verzoek

2.1
In cassatie geldt in strafzaken dat een verdachte dient te zijn vertegenwoordigd door een voor die verdachte optredende advocaat. Dit volgt onder meer uit artikel 437, lid 2, Sv en artikel 438, lid 2 onder a, Sv. De wet maakt voor het doen van een wrakingsverzoek geen uitzondering op deze verplichte procesvertegenwoordiging in cassatie.


2.2
Nu verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat ter zake van zijn verzoek, kan hij niet worden ontvangen in zijn verzoek.




3Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.



Deze beslissing is gegeven door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.J. Kroeze en de raadsheer G.C. Makkink, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A. Woller-van Welie, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2022.




HR 23 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6270, rechtsoverwegingen 3.2 en 3.3.