Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:6018

2026-05-11 Civiel recht C/10/718488 / HA RK 26-363
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-05-11
Publicatiedatum
2026-05-27
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
C/10/718488 / HA RK 26-363
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingskamer. Verzoekster is niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek. In de wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over (verplichte) procesvertegenwoordiging als in de (bodem)procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. In de hoofdzaak is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging voor een verwerende partij (in dit geval: verzoekster) in het geval dat die partij proceshandelingen wil verrichten. Het indienen van een schriftelijk wrakingsverzoek is zo’n proceshandeling. Verzoekster kan dus niet zelf een schriftelijk wrakingsverzoek indienen; daarvoor heeft zij een advocaat nodig. Het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster is in strijd met het voorgaande niet ingediend door een advocaat. Verzoekster is in de gelegenheid gesteld om een advocaat te zoeken, maar er heeft zich geen advocaat namens verzoekster gesteld in de wrakingsprocedure.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.649 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Wrakingskamer




Zaak- en rolnummer: C/10/718488 / HA RK 26-363




Beslissing van 11 mei 2026




van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van





[verzoekster]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,



strekkende tot de wraking van




mr. S.L. Raphael,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.






1De procedure


1.1.
Het verzoek van verzoekster strekt tot wraking van de rechter in de civiele zaak met zaak- en rekestnummer C/10/650063 / FA RK 22-9241 (‘de hoofdzaak’). De hoofdzaak betreft een familierechtelijke procedure tussen [naam] als verzoekende partij en verzoekster als verwerende partij, waarin de rechter nog over de door [naam] verzochte zorgregeling betreffende de minderjarige dochter van partijen moet beslissen.



1.2.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de e-mail van 2 april 2026 van verzoekster aan de administratie van het Team familie;


de e-mail van 3 april 2026 van verzoekster aan de administratie van het Team familie, met een bijlage, waarin verzoekster mededeelt dat zij de rechter wraakt;


de e-mail van 8 april 2026 van de advocaat van verzoekster in de hoofdzaak, waarin die advocaat mededeelt dat zij verzoekster niet zal bijstaan in de wrakingsprocedure;


de e-mail van 8 april 2026 van verzoekster, waarin zij bevestigt dat haar advocaat in de hoofdzaak haar niet zal bijstaan in de wrakingsprocedure;


de e-mail van 14 april 2026 van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoekster, waarin hij verzoekster mededeelt dat uiterlijk op 28 april 2026 om 12:00 uur een advocaat zich namens haar moet stellen in de wrakingsprocedure;


de e-mail van 27 april 2026 van verzoekster, met een bijlage.








2De ontvankelijkheid van het verzoek


2.1.
In de wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over (verplichte) procesvertegenwoordiging als in de (bodem)procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Verplichte procesvertegenwoordiging houdt onder andere in dat een partij zelf geen proceshandelingen kan verrichten, zoals het indienen van stukken of het doen van nieuwe, gewijzigde of aanvullende verzoeken, maar dat daarvoor de tussenkomst van een advocaat is vereist.



2.2.
In artikel 79 lid 1 en 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat een partij in alle zaken – behalve zaken bij de kantonrechter, maar daarvan is in het geval van de hoofdzaak geen sprake – moet worden bijgestaan door een advocaat. Dat heet verplichte procesvertegenwoordiging. In de hoofdzaak is sprake van verplichte procesvertegenwoordiging voor een verwerende partij (in dit geval: verzoekster) in het geval dat die partij proceshandelingen wil verrichten. Het indienen van een schriftelijk wrakingsverzoek is zo’n proceshandeling. Verzoekster kan dus niet zelf een schriftelijk wrakingsverzoek indienen; daarvoor heeft zij een advocaat nodig. De wet maakt geen uitzondering op die verplichte procesvertegenwoordiging voor het doen van een schriftelijk wrakingsverzoek in de hoofdzaak.



2.3.
Het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekster is in strijd met het voorgaande niet ingediend door een advocaat. Verzoekster is daarom overeenkomstig artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank in een e-mail van 14 april 2026 in de gelegenheid gesteld om een advocaat te zoeken die haar schriftelijke wrakingsverzoek ondersteunt c.q. verzoekster bijstaat in de wrakingsprocedure. Verzoekster heeft hiervoor een termijn gekregen tot 28 april 2026 om 12:00 uur.



2.4.
De wrakingskamer constateert dat zich tot op heden geen advocaat namens verzoekster heeft gesteld in deze wrakingsprocedure, terwijl de aan verzoekster verleende termijn om een advocaat te zoeken inmiddels is verstreken. In de bijlage bij de e-mail van 27 april 2026 van verzoekster schrijft verzoekster dat zij van mening is dat wraking een hoogstpersoonlijk recht is dat door de partij zelf kan worden uitgeoefend, los van de verplichte procesvertegenwoordiging in de hoofdzaak. Dit standpunt volgt de wrakingskamer niet, gelet op wat hiervoor in 2.1. en 2.2. is overwogen.



2.5.
Gelet op al het voorgaande is verzoekster niet-ontvankelijk in het door haar ingediende schriftelijke wrakingsverzoek. De wrakingskamer komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van dat wrakingsverzoek. Gelet daarop kan een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven.






3De beslissing


De rechtbank:



verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.




Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, en mr. K.A. Baggerman en mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026.







de griffier de voorzitter



Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.



Vergelijk HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1939, overweging 2.1.