Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1928
2022-12-23
Civiel recht
21/04872
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1928 → ECLI:NL:GHARL:2021:8136 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1928 → ECLI:NL:PHR:2022:871 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Verplichting eigenaar naburig erf. Overbouw appartementencomplex in brandgang. Art. 5:54 BW. Kort geding. Bouwstop. Afbraak. Bodemprocedure. Veroordeling tot afbraak met dwangsom. Hoger beroep. Overdracht appartementencomplex aan derde. Rechtsopvolging. Afwijzing vordering tot schorsing. Art. 225 lid 1, onder c, Rv. Misbruik van bevoegdheid? Art. 3:13 BW. Grove schuld overbouwer? Art. 5:54 lid 3 BW in hoger beroep.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:GHARL:2024:7123 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-11-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:7127 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:469 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:469 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1117 Parket bij de Hoge Raad 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:754 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:754 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.558 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04872
Datum 23 december 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J. den Hoed.
1Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/194575/HA ZA 19-204 van de rechtbank Noord-Nederland van 18 december 2019 en 29 april 2020;
b. het arrest in de zaak 200.281.675/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 augustus 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] schriftelijk toegelicht.
De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 december 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04872
Datum 23 december 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J. den Hoed.
1Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/194575/HA ZA 19-204 van de rechtbank Noord-Nederland van 18 december 2019 en 29 april 2020;
b. het arrest in de zaak 200.281.675/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 augustus 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] schriftelijk toegelicht.
De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 421,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 december 2022.