Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1920

2022-12-23 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/03257
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-12-23
Publicatiedatum
2022-12-21
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/03257
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/3217 | NTFR 2023/30 | V-N 2023/3.29.2 | Viditax (FutD) 2022122305 | FutD 2023-0012

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.100 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 20/03257

Datum 23 december 2022



ARREST



in de zaak van




[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 augustus 2020, nr. 18/00579, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 17/2603) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 februari 2008 tot en met 31 december 2008 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door F.W. van de Weerdt, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.




2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2022.



ECLI:NL:GHAMS:2020:3349.