Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:1823

2022-12-13 Strafrecht 21/00895
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-12-13
Publicatiedatum
2022-12-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/00895
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJB 2023/29 | SR-Updates.nl 2022-0253 | NJ 2023/18 | RvdW 2023/47 | JIN 2023/13 met annotatie van mr. C. van Oort

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling echtgenote en politieagent (art. 304 jo. 300.1 Sr) en bedreiging met brandstichting (art. 285.1 Sr). Ontbrekende schriftelijke verklaring aan de hand waarvan verdachte zijn laatste woord heeft uitgesproken. Heeft dit verzuim nietigheid van onderzoek ttz. en uitspraak tot gevolg? In overeenstemming met art. 311.4 Sv is volgens p-v van tz. aan verdachte het recht gelaten het laatst te spreken. Kennelijk is door verdachte op schrift gestelde weergave daarvan in ongerede geraakt. In aanmerking genomen dat het in deze zaak niet gaat om overgelegde pleitnota en ook niet is gesteld of gebleken dat dit laatste woord van verdachte enig verweer of verzoek inhield waarop hof iets meer of anders had moeten overwegen en/of beslissen dan hof in zijn arrest heeft gedaan, is ontbreken van schriftelijke weergave van laatste woord geen inbreuk op de goede procesorde die leidt tot nietigheid van onderzoek ttz. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.811 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/00895

Datum 13 december 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 februari 2021, nummer 22-000142-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het derde cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de schriftelijke verklaring aan de hand waarvan de verdachte zijn laatste woord heeft uitgesproken die op deze terechtzitting in hoger beroep door de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken van het geding bevindt.

2.2.1

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt het volgende in:
“Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken. De verdachte voert het woord overeenkomstig een op schrift gestelde en in het dossier gevoegde verklaring.”



2.2.2
De schriftelijke verklaring die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsvrouw op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat die schriftelijke verklaring niet meer beschikbaar zal komen.



2.3
In overeenstemming met artikel 311 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering is volgens het proces-verbaal van de terechtzitting aan de verdachte het recht gelaten het laatst te spreken. Kennelijk is de door de verdachte op schrift gestelde weergave daarvan in het ongerede geraakt.In aanmerking genomen dat het in deze zaak niet gaat om een overgelegde pleitnota en ook niet is gesteld of gebleken dat dit laatste woord van de verdachte enig verweer of verzoek inhield waarop het hof iets meer of anders had moeten overwegen en/of beslissen dan het hof in zijn arrest heeft gedaan, is het ontbreken van de schriftelijke weergave van dit laatste woord geen inbreuk op de goede procesorde die leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting.


2.4
Het cassatiemiddel faalt.




3Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.