Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1778
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1778 → ECLI:NL:GHSHE:2020:3950
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1778 → ECLI:NL:PHR:2022:936
Inhoudsindicatie
Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr), medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en nalaten tijdig gegevens te verstrekken (art. 227b Sr). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM in vervolging ex art. 359a Sv op grond van onvolledigheid van onderzoeksdossier. 2. Bewijsklacht gewoontewitwassen. Heeft verdachte van medeplegen witwassen “gewoonte” gemaakt? 3. Bewijsklacht nalaten tijdig gegevens te verstrekken. 4. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1., 2. en 3. HR: art. 81.1 RO. Ad 4. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Samenhang met 20/04084, 20/04094, 20/04104, 20/04123, 20/04124, 20/04267, 20/04269, 20/04312, 20/04314 en 20/04336.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:1438 Hoge Raad 21-10-2022
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:CRVB:2025:1655 Centrale Raad van Beroep 04-11-2025
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.309 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/04238
Datum 6 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, nummer 20-000200-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2022.