Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1695
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1695 → ECLI:NL:GHSHE:2021:2665
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1695 → ECLI:NL:PHR:2022:987
Inhoudsindicatie
Poging doodslag door met aanzienlijke snelheid in personenauto achteruit in te rijden op agent en diens motorfiets (art. 287 Sr) en diefstal benzine, meermalen gepleegd (art. 310 Sr). 1. Bewijsklacht poging doodslag. Heeft hof ten onrechte het p-v VerkeersOngevallenAnalyse als een deskundigenverslag a.b.i. art. 344.1.4 Sv in de bewijsvoering betrokken? 2. Bewijsklachten poging doodslag t.a.v. ‘aanzienlijke’ snelheid en (voorwaardelijk) opzet op dood agent. 3. Strafmotivering (gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en 24 maanden ontzegging van rijbevoegdheid), art. 359.6 Sv. Heeft hof ten onrechte als mogelijkheden genoemd (a) deelname verdachte aan penitentiair programma a.b.i. art. 4 Pbw en (b) deelname aan VI-regeling a.b.i. art. 6:2:10 Sv, terwijl hof daarnaast niet heeft gespecificeerd welk deel van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf in elk geval ten uitvoer zal worden gelegd? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2026:220 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:835 Parket bij de Hoge Raad 02-09-2025
- ECLI:NL:PHR:2023:792 Parket bij de Hoge Raad 19-09-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (1.826 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/03512
Datum 13 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 augustus 2021, nummer 20-001515-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.