Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1639
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1639 → ECLI:NL:PHR:2022:632
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Medeplegen opzettelijk gebruik maken van vals geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr), niet melden van vuurwerktransporten, meermalen gepleegd (art. 9.2.2.1 Wet milieubeheer), valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr), medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr), begaan door rechtspersoon tegen achtergrond van handel in illegaal vuurwerk uit China. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en op tz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van getuigen. 2. Bewijsklachten opzettelijk gebruik maken van vals geschrift. Toerekening handelingen medeverdachten aan verdachte en medeplegen m.b.t. gebruik van valse invoices. 3. Bewijsklacht niet melden van vuurwerktransporten. Opzet. 4. Bewijsklacht valselijk opmaken bedrijfsadministratie. Blijkt uit bewijsvoering van bestaan van vervalste facturen? 5. Bewijsklachten gewoontewitwassen. Geldbedragen afkomstig uit eigen misdrijf en verhullende handelingen. 6. Bewijsklachten deelname aan criminele organisatie. Kan verdachte deel uitmaken van samenwerkingsverband met eigen bestuurders/eigenaren en heeft hof beraadslaagd n.a.v. onderzoek ttz.? 7. Conclusiewisseling tussen raadsman verdachte en AG n.a.v. getuigenverzoek in appelschriftuur in het ongerede geraakt. 8. Onvolkomenheid bij beëdiging van een of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen en AG die bij behandeling van zaak in hoger beroep betrokken is geweest, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1., 2., 3.,4., 5., 6. en 7. HR: art. 81.1 RO. Ad 8. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Samenhang met 20/04090 E, 20/04316 E, 20/04317 E, 20/04318 E, 20/04319 E en nr. 20/04320 E.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:1438 Hoge Raad 21-10-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.397 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/04321 E
Datum 15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, economische kamer, van 10 december 2020, nummer 20-001911-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De raadsvrouw heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen en de beëdiging van de advocaat-generaal die bij de behandeling van de zaak in hoger beroep betrokken is geweest, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438 heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft bij conclusie en aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2022.