Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1492
2022-10-21
Civiel recht; Verbintenissenrecht
21/01888
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1492 → ECLI:NL:PHR:2022:536 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde. Uitleg. Vervulling voorwaarde. Motiveringsklachten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5771 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-07-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:3029 Rechtbank Midden-Nederland 05-06-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:3030 Rechtbank Midden-Nederland 05-06-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:698 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:118 Parket bij de Hoge Raad 31-01-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:118 Parket bij de Hoge Raad 31-01-2025
- ECLI:NL:GHARL:2023:7460 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-09-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (3.059 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01888
Datum 21 oktober 2022
ARREST
In de zaak van
[de apotheek] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [de apotheek],
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/442687/HA ZA 17-585 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 september 2017 en 31 januari 2018;
de arresten in de zaak 200.244.754 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2020 en 2 februari 2021.
[de apotheek] heeft tegen het arrest van het hof van 2 februari 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [de apotheek] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [de apotheek] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de apotheek] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 21 oktober 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01888
Datum 21 oktober 2022
ARREST
In de zaak van
[de apotheek] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [de apotheek],
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/442687/HA ZA 17-585 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 september 2017 en 31 januari 2018;
de arresten in de zaak 200.244.754 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2020 en 2 februari 2021.
[de apotheek] heeft tegen het arrest van het hof van 2 februari 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [de apotheek] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [de apotheek] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de apotheek] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 21 oktober 2022.