Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1484
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1484 → ECLI:NL:PHR:2022:742
Inhoudsindicatie
Medeplegen opzettelijke invoer cocaïne (art. 2.A Opiumwet), eendaadse samenloop van medeplegen invoer hennep (art. 3.A Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben hennep (art. 3.C Opiumwet), deelneming aan criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van Opiumwetdelicten (art. 140.1 Sr), en voorhanden hebben stroomstootwapens en munitie (art. 26.1 WWM). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 7 jaren en 6 maanden). Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. gewijzigd VI-regime? 2. Strafmotivering. Is opgelegde straf begrijpelijk in het licht van door Rb opgelegde straf, in hoger beroep gevorderde straf, pleidooi verdediging en gewijzigd VI-regime? 3. Redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Is oordeel hof dat op te leggen gevangenisstraf met maximaal zes maanden kan worden gematigd juist en begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03013 en 21/03014.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2023:245 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1109 Parket bij de Hoge Raad 29-11-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (1.741 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/03015
Datum 1 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2021, nummer 23-004512-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2022.