Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1420
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1420 → ECLI:NL:GHSHE:2020:4167
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1420 → ECLI:NL:PHR:2022:782
Inhoudsindicatie
Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen 4 verbalisanten die bij uitvoering van bloedproef betrokken zijn geweest? HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Het betreft hier onmiskenbaar een in voorwaardelijke vorm gedaan verzoek a.b.i. art. 331.1 jo. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, zodat uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Voorwaarde die raadsman aan verzoek had gesteld is vervuld, met als gevolg dat hof gehouden was op verzoek te beslissen. Processen-verbaal van tz. in h.b. en bestreden uitspraak bevatten geen uitdrukkelijke beslissing op verzoek. Dit verzuim heeft gelet op art. 330 jo. 415 Sv nietigheid ten gevolge. Verdachte heeft rechtens te respecteren belang bij respons op verzoek tot horen van getuigen ter toetsing van betrouwbaarheid van dat onderzoek. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2022:1187 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1123 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1122 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.099 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/03815
Datum 18 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 november 2020, nummer 20-000130-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof niet heeft beslist op een voorwaardelijk verzoek dat de verdediging op de terechtzitting in hoger beroep heeft gedaan om getuigen te horen.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 25 tot en met 31.
3Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2022.