Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1262
2022-09-20
Strafrecht
21/03363
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1262 → ECLI:NL:GHDHA:2021:2877
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1262 → ECLI:NL:PHR:2022:840
Inhoudsindicatie
Zedenzaak. Ontucht met 9-jarig meisje door 48-jarige verdachte tijdens een logeerpartij, art. 244 Sr. 1. Bewijsklacht m.b.t. seksueel binnendringen. 2. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2018:326.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (12)
- ECLI:NL:PHR:2025:1321 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:759 Parket bij de Hoge Raad 08-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:480 Parket bij de Hoge Raad 22-04-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2024:7651 Rechtbank Limburg 29-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:587 Parket bij de Hoge Raad 18-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:587 Parket bij de Hoge Raad 18-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:508 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:356 Parket bij de Hoge Raad 02-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:358 Parket bij de Hoge Raad 02-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:356 Parket bij de Hoge Raad 02-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:259 Parket bij de Hoge Raad 19-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:280 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (1.745 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03363
Datum 20 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 augustus 2021, nummer 22-001231-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 september 2022.
STRAFKAMER
Nummer 21/03363
Datum 20 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 augustus 2021, nummer 22-001231-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 september 2022.