Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1234
2022-09-16
Civiel recht
21/02024
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1234 → ECLI:NL:GHDHA:2021:136 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1234 → ECLI:NL:PHR:2022:259 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Opzeggen uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds; nalaten aanbieden schadevergoeding; onrechtmatige daad; leemte; redelijkheid en billijkheid; toepassing maatstaf Alcatel-arrest (ECLI:NL:HR:2016:1134); eigen schuld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2024:1411 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1411 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:425 Parket bij de Hoge Raad 14-04-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (3.513 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02024
Datum 16 september 2022
ARREST
In de zaak van
1. KONINKLIJKE FRIESLANDCAMPINA N.V.,gevestigd te Amersfoort,
2. FRIESLANDCAMPINA NEDERLAND B.V.,gevestigd te Amersfoort,
3. FRIESLANDCAMPINA KIEVIT B.V,gevestigd te Meppel,
4. ZUIVELCOÖPERATIE DELTAMILK B.A.,gevestigd te Molenlanden,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep,
hierna in enkelvoud: FrieslandCampina,
advocaten: S.F. Sagel en I.L.N. Timp,
tegen
STICHTING PENSIOENFONDS CAMPINA,gevestigd te Woerden,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: SPC,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en N.T. Dempsey.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 6766533 / CV EXPL 18-10871 van de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2019;
het arrest in de zaak 200.264.906 van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021.
FrieslandCampina heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. SPC heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor FrieslandCampina mede door E.M.T. Huijzer, en voor SPC mede door S.H.J. de Bruijn.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de
ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt FrieslandCampina in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SPC begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FrieslandCampina deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt SPC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FrieslandCampina begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SPC deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 september 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/02024
Datum 16 september 2022
ARREST
In de zaak van
1. KONINKLIJKE FRIESLANDCAMPINA N.V.,gevestigd te Amersfoort,
2. FRIESLANDCAMPINA NEDERLAND B.V.,gevestigd te Amersfoort,
3. FRIESLANDCAMPINA KIEVIT B.V,gevestigd te Meppel,
4. ZUIVELCOÖPERATIE DELTAMILK B.A.,gevestigd te Molenlanden,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep,
hierna in enkelvoud: FrieslandCampina,
advocaten: S.F. Sagel en I.L.N. Timp,
tegen
STICHTING PENSIOENFONDS CAMPINA,gevestigd te Woerden,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,
hierna: SPC,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en N.T. Dempsey.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 6766533 / CV EXPL 18-10871 van de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2019;
het arrest in de zaak 200.264.906 van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021.
FrieslandCampina heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. SPC heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor FrieslandCampina mede door E.M.T. Huijzer, en voor SPC mede door S.H.J. de Bruijn.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de
ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt FrieslandCampina in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SPC begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FrieslandCampina deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt SPC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FrieslandCampina begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SPC deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 16 september 2022.