Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:1027
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:1027 → ECLI:NL:GHSHE:2021:1890
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:1027 → ECLI:NL:PHR:2022:525
Inhoudsindicatie
Verkrachting, art. 242 Sr. Opname in zorginstelling als bijzondere voorwaarde, beslissing voorbehouden aan rechter. Is gestelde bijzondere voorwaarde dat, als reclassering indicatiestelling aanvraagt en voor indicatie verantwoordelijke instantie kortdurende klinische opname indiceert, verdachte zich laat opnemen in zorginstelling, te bepalen door justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, verenigbaar met art. 14c.2.10 Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:946, inhoudende dat beslissing of zich noodzaak voordoet van opneming van veroordeelde in zorginstelling en voor welke duur is voorbehouden aan rechter. Gelet hierop is bijzondere voorwaarde, v.zv. deze de beslissing of verdachte zich gedurende proeftijd onder klinische behandeling moet stellen, in handen legt van Reclassering Nederland, de voor indicatie verantwoordelijke instantie en/of de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, onverenigbaar met art. 14c.2.10 Sr. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. bijzondere voorwaarde (zonder terugwijzing).
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:946 Hoge Raad 19-06-2018
Geciteerd door (46)
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6107 Rechtbank Midden-Nederland 13-07-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:518 Parket bij de Hoge Raad 26-05-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14411 Rechtbank Noord-Holland 10-12-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:7808 Rechtbank Oost-Brabant 01-12-2025
- ECLI:NL:HR:2025:1705 Hoge Raad 18-11-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:1010 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-02-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:167 Rechtbank Oost-Brabant 16-01-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5719 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:855 Parket bij de Hoge Raad 10-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:727 Parket bij de Hoge Raad 05-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:727 Parket bij de Hoge Raad 05-09-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:7970 Rechtbank Rotterdam 03-08-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1264 Gerechtshof Den Haag 06-07-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:6053 Rechtbank Noord-Holland 29-06-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:4443 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23-05-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:489 Parket bij de Hoge Raad 16-05-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:489 Parket bij de Hoge Raad 16-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:2238 Rechtbank Midden-Nederland 11-05-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:3106 Rechtbank Rotterdam 07-04-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:1426 Rechtbank Midden-Nederland 31-03-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:1343 Rechtbank Gelderland 15-03-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:1284 Rechtbank Gelderland 09-03-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:1929 Rechtbank Rotterdam 17-02-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:758 Rechtbank Gelderland 17-02-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:604 Rechtbank Gelderland 31-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:379 Rechtbank Den Haag 20-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:94 Rechtbank Den Haag 11-01-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:43 Rechtbank Den Haag 06-01-2023
- ECLI:NL:RBROT:2022:11775 Rechtbank Rotterdam 21-12-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:10739 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15-12-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:6925 Rechtbank Gelderland 06-12-2022
- ECLI:NL:RBOVE:2022:3405 Rechtbank Overijssel 17-11-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12125 Rechtbank Den Haag 15-11-2022
- ECLI:NL:RBOVE:2022:4090 Rechtbank Overijssel 29-09-2022
- ECLI:NL:RBAMS:2022:5881 Rechtbank Amsterdam 27-09-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3496 Rechtbank Noord-Nederland 20-09-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:8106 Rechtbank Rotterdam 14-09-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:9052 Rechtbank Den Haag 08-09-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3362 Rechtbank Midden-Nederland 26-08-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:8128 Rechtbank Noord-Holland 11-08-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:9463 Rechtbank Rotterdam 09-08-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:4531 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 04-08-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3131 Rechtbank Midden-Nederland 02-08-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:4122 Rechtbank Gelderland 29-07-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:6507 Rechtbank Rotterdam 20-07-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2806 Rechtbank Midden-Nederland 15-07-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (6.032 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/02378
Datum 12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 juni 2021, nummer 20-003737-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beslissing doch uitsluitend wat betreft de kortdurende klinische opname, zoals geciteerd onder randnummer 14 en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarde dat, als de reclassering een indicatiestelling aanvraagt en de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, de verdachte zich laat opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Het voert daartoe aan dat de beslissing of en wanneer zich de noodzaak voordoet van opneming van de veroordeelde in een zorginstelling, is voorbehouden aan de rechter.
2.2
Het hof heeft de verdachte veroordeeld wegens verkrachting. De uitspraak van het hof bevat ten aanzien van de strafoplegging onder meer de volgende beslissingen:
“Het hof:
(...)
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte (...) de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
(...)
- zich laat behandelen door Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, en dat de verdachte zich houdt aan de regels en aanwijzingen die de zorgverlener voor de behandeling geeft. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Indien daartoe aanleiding is - zoals bij een terugval in middelengebruik, bij overmatig middelengebruik of in geval van ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld - kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.”
2.3
Artikel 14c lid 2, aanhef en onder 10º, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:
“Bij toepassing van artikel 14a kunnen voorts de volgende bijzondere voorwaarden worden gesteld, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd, of een bij de veroordeling te bepalen gedeelte daarvan, dan wel binnen een door de rechter te bepalen termijn, ten hoogste gelijk aan de proeftijd, heeft te voldoen
(...)
10°. opneming van de veroordeelde in een zorginstelling (...).”
2.4.1
Op grond van artikel 14c lid 2, aanhef en onder 10º, Sr kan als bijzondere voorwaarde bij een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf de opneming van de veroordeelde in een zorginstelling worden gesteld. De beslissing of zich de noodzaak voordoet van opneming van de veroordeelde in een zorginstelling en voor welke duur, is voorbehouden aan de rechter (vgl. HR 19 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:946).
2.4.2
Gelet hierop is de door het hof opgelegde bijzondere voorwaarde, voor zover deze de beslissing of de verdachte zich gedurende de proeftijd onder klinische behandeling moet stellen, in handen legt van Reclassering Nederland, de voor indicatie verantwoordelijke instantie en/of de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing, onverenigbaar met artikel 14c lid 2, aanhef en onder 10º, Sr.
2.5
Het cassatiemiddel slaagt.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de door het hof genoemde bijzondere voorwaarde, voor zover deze inhoudt “Indien daartoe aanleiding is - zoals bij een terugval in middelengebruik, bij overmatig middelengebruik of in geval van ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld - kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt”;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.