Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:562

2021-04-13 Strafrecht 19/02989
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-04-13
Publicatiedatum
2021-04-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/02989
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/469

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Hennepteelt in de uitoefening van beroep of bedrijf (art. 3.B jo. art. 11.3 Opiumwet), medeplegen van diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) en voorhanden hebben van wapens en munitie (artt. 26.1 en 13.1 WWM). Middelen over 1. verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting, 2. strafmotivering, 3. oordeel hof dat verdachte heeft gehandeld in uitoefening beroep of bedrijf en 4. verwerping preliminair verweer strekkende tot nietigverklaring inleidende dagvaarding bij rechtbank. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02993.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.748 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/02989

Datum 13 april 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juni 2019, nummer 20-002691-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021.