Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:529
2021-04-09
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
20/00002
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:529 → ECLI:NL:GHARL:2019:8019 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:529 → ECLI:NL:PHR:2020:1086 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Tijdigheid van verzet tegen verstekvonnis. Vermoeden van daad van bekendheid van veroordeelde door handelwijze van diens advocaat buiten rechte (art. 143 lid 2 Rv)?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:5434 Rechtbank Overijssel 25-08-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.451 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00002
Datum 9 april 2021
ARREST
In de zaak van
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1],bij leven wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/19/116472/HA ZA 16-203 van de rechtbank Noord-Nederland van 16 november 2016;
het vonnis in de zaak C/19/120008/HA ZA 17-172 van de rechtbank Noord-Nederland van 8 augustus 2018;
het arrest in de zaak 200.249.768/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00002
Datum 9 april 2021
ARREST
In de zaak van
[eiseres],wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1],bij leven wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/19/116472/HA ZA 16-203 van de rechtbank Noord-Nederland van 16 november 2016;
het vonnis in de zaak C/19/120008/HA ZA 17-172 van de rechtbank Noord-Nederland van 8 augustus 2018;
het arrest in de zaak 200.249.768/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.