Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:341
2021-03-05
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
20/01494
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:341 → ECLI:NL:GHARL:2020:1964 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:341 → ECLI:NL:PHR:2020:1034 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Procesrecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Art. 11 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Samenhang met zaak 20/02014.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:HR:2022:440 Hoge Raad 25-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:32 Parket bij de Hoge Raad 14-01-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.569 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01494
Datum 5 maart 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [de vader],
2. [de stiefmoeder],beiden wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna: de vader en de stiefmoeder,
advocaat: C. Reijntjes-Wendenburg,
tegen
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO GELDERLAND, LOCATIE ARNHEM,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de raad,
advocaat: M.M. van Asperen,
als belanghebbende is in hoger beroep aangemerkt:
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING GELDERLAND,gevestigd te Doetinchem,
hierna: de GI,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/05/363302 / ZJ-RK 19-1195 van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland van 10 december 2019;
de beschikking in de zaak 200.270.639 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2020.
De vader en de stiefmoeder hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De GI heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 maart 2021.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01494
Datum 5 maart 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [de vader],
2. [de stiefmoeder],beiden wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna: de vader en de stiefmoeder,
advocaat: C. Reijntjes-Wendenburg,
tegen
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO GELDERLAND, LOCATIE ARNHEM,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de raad,
advocaat: M.M. van Asperen,
als belanghebbende is in hoger beroep aangemerkt:
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING GELDERLAND,gevestigd te Doetinchem,
hierna: de GI,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/05/363302 / ZJ-RK 19-1195 van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland van 10 december 2019;
de beschikking in de zaak 200.270.639 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2020.
De vader en de stiefmoeder hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De GI heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 maart 2021.