Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:262
2021-03-23
Strafrecht
19/05417
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2021:262 → ECLI:NL:GHSHE:2019:4441
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:262 → ECLI:NL:PHR:2021:281
Inhoudsindicatie
Voorhanden hebben wapen en munitie categorie III, art. 26.1 WWM. Bewijsklacht ‘bewustheid’. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2024:390 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:390 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1101 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1067 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1067 Parket bij de Hoge Raad 05-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:931 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1086 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1086 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:375 Parket bij de Hoge Raad 19-04-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:375 Parket bij de Hoge Raad 19-04-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (1.739 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/05417
Datum 23 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 november 2019, nummer 20-002679-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 maart 2021.
STRAFKAMER
Nummer 19/05417
Datum 23 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 november 2019, nummer 20-002679-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 maart 2021.