Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1906

2021-12-17 Civiel recht 19/04851
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-12-17
Publicatiedatum
2021-12-16
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/04851
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/30

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Auteursrecht. Geschil tussen uitgeverijen van leerroutes en bedrijf dat lesmateriaal op tabletcomputers aanbiedt. Niet-ontvankelijkheid wegens niet voldoen aan eisen art. 3:305a BW? Kunnen didactische keuzes auteursrechtelijk beschermd zijn? Toepassing ‘totaalindrukken-maatstaf’. Auteursrechtelijke bescherming van verschillende elementen van leerroutes.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.911 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/04851

Datum 17 december 2021


ARREST


In de zaak van

1. GEU, voorheen GROEP EDUCATIEVE UITGEVERIJEN,gevestigd te Amsterdam,
2. L.C.G. MALMBERG B.V.,gevestigd te 's-Hertogenbosch,
3. UITGEVERIJ ZWIJSEN B.V.,gevestigd te Tilburg,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: GEU c.s.,
advocaat: S.M. Kingma,


tegen

1. STICHTING SNAPPET,
2. SNAPPET B.V,
3. SNAPPET NEDERLAND B.V.,
4. SNAPPET HOLDING B.V.,alle gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Snappet c.s.,
advocaat: M.E. Bruning.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


de vonnissen in de zaak C/09/452181 / HA ZA 13-1128 van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2014, 19 november 2014 en 9 november 2016;


het arrest in de zaak 200.217.444/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2019.



GEU c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Snappet c.s. hebben (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen mondeling en schriftelijk toegelicht door hun advocaten, voor GEU c.s. mede door Chr. A. Alberdingk Thijm en S.C. van Schaik, en voor Snappet c.s. mede door F.F. Blokhuis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tot verwerping van het incidenteel cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



2.2

Als de in het principale beroep in het ongelijk gestelde partij dienen GEU c.s., en als de in het incidentele beroep in het ongelijk gestelde partij dienen Snappet c.s., te worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Snappet c.s. hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd tot een bedrag van € 84.942,--.
Van toepassing zijn de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad, zoals die luiden sinds 1 april 2017. Deze zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een complexe zaak.
Ingevolge die tarieven bedraagt voor de verweerder het maximumtarief voor een complexe zaak met re- en dupliek en een Borgersbrief € 45.000,--. Nu van een bijzonder geval als bedoeld in punt 7 van de Indicatietarieven geen sprake is, zal een bedrag van € 45.000,-- worden toegewezen.
Het incidentele beroep voor zover onvoorwaardelijk ingesteld, heeft uitsluitend betrekking op het beloop van de ingevolge art. 1019h Rv toe te wijzen proceskosten. De kosten die worden gemaakt om die kosten te doen vaststellen, vallen niet onder het bereik van art. 1019h Rv en worden begroot met toepassing van het liquidatietarief.









3Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:




verwerpt het beroep;


veroordeelt GEU c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Snappet c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 45.000,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien GEU c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan;


in het incidentele beroep:


verwerpt het beroep;


veroordeelt Snappet c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GEU c.s. begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Snappet c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.






Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 december 2021.