Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2021:1709
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2021:1709 → ECLI:NL:PHR:2021:923
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op stoffelijke overschotten van katten en haas onder klager t.z.v. verdenking van overtreding art. 3 Verordening dode gezelschapsdieren gemeente Alkmaar. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. onttrekking aan het verkeer van stoffelijke overschotten in strafzaak tegen klager. Bij stukken van geding bevindt zich een afschrift van uitspraak Rb in strafzaak tegen klager. In die uitspraak is beslist over inbeslaggenomen voorwerpen waarvan klager teruggave heeft verzocht. Deze beslissing over beslag in strafzaak betekent dat klager geen belang meer heeft bij beroep tegen beschikking waarbij klaagschrift ongegrond is verklaard. Door beslissing over beslag in strafzaak kan op klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen. Klager n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2025:1412 Parket bij de Hoge Raad 14-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:712 Parket bij de Hoge Raad 01-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:319 Parket bij de Hoge Raad 18-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2023:1127 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.823 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/01610 B
Datum 23 november 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 27 januari 2020, nummer RK 19-010982, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben J. Kuijper en T.E. Korff, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij conclusie van 15 juni 2021 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
De raadslieden van de klager hebben daarop schriftelijk gereageerd.
De advocaat-generaal heeft bij aanvullende conclusie van 5 oktober 2021 gepersisteerd bij haar conclusie van 15 juni 2021.
De raadslieden van de klager hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 27 januari 2020 waarbij een klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave van inbeslaggenomen stoffelijke overschotten van meerdere katten en een haas ongegrond is verklaard.
2.2
Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2021 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over de inbeslaggenomen voorwerpen waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
2.3
Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. De klager moet daarom in het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.