Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1085

2021-07-06 Strafrecht 19/00453
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-07-06
Publicatiedatum
2021-07-06
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/00453
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2021/796

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. (schatting: € 828.919,50, betalingsverplichting: € 815.000) uit gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en aanwezig hebben XTC-pillen en MDMA. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e.2 (oud) en art. 36e.3 (oud) Sr. 1. Representeert uitkomst gebezigde kasopstelling het door betrokkene daadwerkelijk verkregen voordeel? 2. Heeft hof schatting w.v.v. toereikend gemotiveerd? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2021:368 (tussenarrest).

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.363 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/00453 P

Datum 6 juli 2021




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2019, nummer 21/006155-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de betrokkene.





1Procesverloop in cassatie

1.1
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.


1.2
De Hoge Raad heeft bij arrest van 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:368, de betrokkene ontvankelijk geacht in het cassatieberoep en geoordeeld dat de advocaat-generaal, die had geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep, in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de voorgestelde cassatiemiddelen.


1.3
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting betreft, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.


1.4
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 815.000.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 810.000 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.





Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2021.