Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2021:1017

2021-06-25 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/03812
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2021-06-25
Publicatiedatum
2021-06-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/03812
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2021/1552 | V-N 2021/30.20 met annotatie van Redactie | NTFR 2021/2076 | Viditax (FutD) 2021062507 | FutD 2021-1980

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.887 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER







Nummer 19/03812

Datum 25 juni 2021




ARREST




in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN




op de beroepen in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 3 juli 2019, nr. BK-18/00635, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/5143) betreffende een door belanghebbende over het jaar 2015 op aangifte voldaan bedrag aan verhuurderheffing.





1Geding in cassatie

Zowel belanghebbende, vertegenwoordigd door A.S.M. van Balen, als de Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Belanghebbende en de Staatssecretaris hebben over en weer een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende en de Staatssecretaris hebben over en weer een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2. Beoordeling van de door belanghebbende en door de Staatssecretaris voorgestelde middelen

De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Proceskosten
Wat betreft het beroep in cassatie van de Staatssecretaris zal de Staatssecretaris worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten die belanghebbende voor het geding in cassatie heeft moeten maken. Wat betreft het beroep in cassatie van belanghebbende ziet de Hoge Raad geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.136 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.



Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2021.




Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 519.