Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:988
2020-05-29
Bestuursrecht; Belastingrecht
19/05491
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:988 → ECLI:NL:GHAMS:2019:4018
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (38)
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1474 Gerechtshof Amsterdam 27-05-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:1151 Gerechtshof Amsterdam 01-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:31 Gerechtshof Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:32 Gerechtshof Den Haag 14-01-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2024:7252 Rechtbank Midden-Nederland 16-08-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:604 Gerechtshof Amsterdam 22-02-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:605 Gerechtshof Amsterdam 22-02-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:606 Gerechtshof Amsterdam 22-02-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:155 Gerechtshof Den Haag 17-01-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3627 Gerechtshof Amsterdam 19-12-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3622 Gerechtshof Amsterdam 12-12-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3624 Gerechtshof Amsterdam 12-12-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3630 Gerechtshof Amsterdam 12-12-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3629 Gerechtshof Amsterdam 12-12-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:3623 Gerechtshof Amsterdam 12-12-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2630 Gerechtshof Amsterdam 07-11-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2594 Gerechtshof Amsterdam 31-10-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1998 Gerechtshof Amsterdam 21-08-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1994 Gerechtshof Amsterdam 01-08-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1834 Gerechtshof Amsterdam 05-07-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1123 Gerechtshof Den Haag 01-06-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1114 Gerechtshof Den Haag 13-04-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2023:2409 Rechtbank Amsterdam 12-04-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:389 Gerechtshof Amsterdam 07-02-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2023:391 Gerechtshof Amsterdam 07-02-2023
- ECLI:NL:GHAMS:2022:2923 Gerechtshof Amsterdam 25-08-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1739 Gerechtshof Den Haag 25-08-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:554 Gerechtshof Amsterdam 27-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:553 Gerechtshof Amsterdam 27-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:555 Gerechtshof Amsterdam 27-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:556 Gerechtshof Amsterdam 27-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:552 Gerechtshof Amsterdam 27-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:307 Gerechtshof Amsterdam 20-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:309 Gerechtshof Amsterdam 20-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:414 Gerechtshof Amsterdam 20-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2022:310 Gerechtshof Amsterdam 20-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3674 Gerechtshof Amsterdam 23-11-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:473 Gerechtshof Amsterdam 09-03-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (1.898 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 19/05491
Datum 29 mei 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 november 2019, nr. 17/00395, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/3630) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bloemendaal voor het jaar 2016 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] .
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
2Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020.
BELASTINGKAMER
Nummer 19/05491
Datum 29 mei 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 november 2019, nr. 17/00395, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/3630) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bloemendaal voor het jaar 2016 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] .
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
2Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2020.