Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:962
2020-05-29
Civiel recht; Personen- en familierecht
19/04452
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:962 → ECLI:NL:GHARL:2019:5860 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:962 → ECLI:NL:PHR:2020:298 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Uithuisplaatsing. Verzoek om deskundigenonderzoek; art. 810a lid 2 Rv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2020:897 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.007 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04452
Datum 29 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de GI,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaken 474687 en 474693 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2019;
de beschikking in de zaak 200.259.416 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2019.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De GI heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 29 mei 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04452
Datum 29 mei 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de GI,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaken 474687 en 474693 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2019;
de beschikking in de zaak 200.259.416 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juli 2019.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De GI heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 29 mei 2020.