Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:869

2020-06-02 Strafrecht 18/05258
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-06-02
Publicatiedatum
2020-05-12
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/05258
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/747

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen voorbereidingshandelingen hennepteelt door voorwerpen bestemd voor hennepteelt te koop aan te bieden en voorhanden te hebben in zijn winkel (art. 11a Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben hennep (art. 3.C Opiumwet). 1. Bewijsklacht medeplegen voorbereidingshandelingen. 2. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen. Heeft verdachte voorwerpen te koop aangeboden? 3. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen. Zijn goederen bestemd tot plegen van een van in art. 11.3 en 11.5 Opiumwet strafbaar gestelde feiten? 4. Bewijsklachten aanwezig hebben hennep. Wetenschap verdachte en medeplegen. 5. Verbeurdverklaring geldbedrag (€ 9.905),waarvan verdachte stelt dat het hem niet toebehoort, art. 33a.1.b Sr. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.720 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/05258

Datum 2 juni 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2018, nummer 21/001465-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F. Visser, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het zesde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.


3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van vier maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden. De Hoge Raad zal daarom met dat oordeel volstaan.




4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.