Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:851

2020-05-12 Strafrecht 18/04922
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-05-12
Publicatiedatum
2020-05-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
18/04922
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2020-0175 | RvdW 2020/652

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. 1. Middel gericht tegen de bewezenverklaring in hoofdzaak aan te merken als middel van cassatie in ontnemingszaak? 2. Overschrijding redelijke termijn in cassatiefase. Rechtsgevolg in ontnemingszaak, nu HR in strafzaak (gelet op opgelegde gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk) volstaat met constatering dat redelijke termijn is overschreden? Ad 1. Als cassatiemiddel als in de wet bedoeld, kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak - hier: ontnemingszaak - heeft gewezen. Klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Ad 2. Inzendtermijn is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in samenhangende strafzaak is redelijke termijn in cassatiefase overschreden. Compensatie waartoe overschrijding van redelijke termijn moet leiden, zal worden toegepast in strafzaak. Daarom is er geen aanleiding om in ontnemingszaak aan oordeel dat redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden. Volgt verwerping. Samenhang met 18/04923.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (7)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.660 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/04922 P

Datum 12 mei 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 november 2018, nummer 20/000970-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de betrokkene.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben A.B.E. van Kan en A. Cinar, beiden advocaat te Heerlen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de betalingsverplichting, tot vermindering van de betalingsverplichting naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadslieden van de betrokkene hebben daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het tweede en het vierde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Het cassatiemiddel bevat een klacht die is gericht tegen de beslissing van het hof in de strafzaak die bij de Hoge Raad in behandeling is onder nummer 18/04923 en die samenhangt met deze ontnemingszaak. Als een cassatiemiddel als in de wet bedoeld, kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak - hier: de ontnemingszaak - heeft gewezen. De klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.



4Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.


4.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt en die in cassatie aanhangig is onder nummer 18/04923, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. De compensatie waartoe de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, zal worden toegepast in de strafzaak.


4.3
Daarom is er geen aanleiding om in deze zaak aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden.




5Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2020.