Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:734
2020-04-17
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
19/00626
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:734 → ECLI:NL:GHDHA:2018:3108 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:734 → ECLI:NL:PHR:2020:98 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:867. Overeenkomsten gesloten door onder bewind gestelde. Misbruik van omstandigheden door wederpartij? Art. 3:44 BW. Kenbaarheid abnormale geestestoestand. Passeren bewijsaanbod. Samenhang met zaak 19/00636.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:867 Hoge Raad 12-05-2017
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2026:716 Parket bij de Hoge Raad 10-07-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2274 Gerechtshof Den Haag 30-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.563 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00626
Datum 17 april 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: Van [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn
tegen
1. [bewindvoerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [bewindvoerder 2],wonende te [woonplaats],
beiden in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de bewindvoerders,
advocaat: J.A.J. Leeman.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest tussen partijen in de zaak 16/02182, ECLI:NL:HR:2017:867 van 12 mei 2017;
het arrest in de zaak 200.224.435/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 november 2018.
Van [eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De bewindvoerders hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de bewindvoerders toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Van [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bewindvoerders begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Van [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00626
Datum 17 april 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: Van [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn
tegen
1. [bewindvoerder 1],wonende te [woonplaats],
2. [bewindvoerder 2],wonende te [woonplaats],
beiden in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de bewindvoerders,
advocaat: J.A.J. Leeman.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest tussen partijen in de zaak 16/02182, ECLI:NL:HR:2017:867 van 12 mei 2017;
het arrest in de zaak 200.224.435/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 november 2018.
Van [eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De bewindvoerders hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de bewindvoerders toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Van [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bewindvoerders begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Van [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.