Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:734

2020-04-17 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 19/00626
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-04-17
Publicatiedatum
2020-04-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/00626
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/554

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:867. Overeenkomsten gesloten door onder bewind gestelde. Misbruik van omstandigheden door wederpartij? Art. 3:44 BW. Kenbaarheid abnormale geestestoestand. Passeren bewijsaanbod. Samenhang met zaak 19/00636.

Citeert (1)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.563 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/00626

Datum 17 april 2020


ARREST


In de zaak van



[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: Van [eiser],
advocaat: N.C. van Steijn


tegen

1. [bewindvoerder 1],wonende te [woonplaats],

2. [bewindvoerder 2],wonende te [woonplaats],
beiden in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene],


VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de bewindvoerders,
advocaat: J.A.J. Leeman.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:


zijn arrest tussen partijen in de zaak 16/02182, ECLI:NL:HR:2017:867 van 12 mei 2017;


het arrest in de zaak 200.224.435/01 van het gerechtshof Den Haag van 6 november 2018.



Van [eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. De bewindvoerders hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de bewindvoerders toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het beroep;


veroordeelt Van [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bewindvoerders begroot op € 2.091,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Van [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 17 april 2020.