Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:40

2020-01-14 Strafrecht 18/05141
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-01-14
Publicatiedatum
2020-01-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/05141
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/167

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit witwassen. 1. Toerekening w.v.v. aan betrokkene. 2. Verweer m.b.t. overschrijding redelijke termijn in h.b. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/05113 J, 18/05183 en 19/00365.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.614 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/05141 P

Datum 14 januari 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 27 november 2018, nummer 21/003115-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de betrokkene.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2020.