Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:263
2020-02-14
Civiel recht; Verbintenissenrecht
18/04957
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:263 → ECLI:NL:GHDHA:2018:2186 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:263 → ECLI:NL:PHR:2019:1275 gedeeltelijk contrair
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koopovereenkomst. Handelen in strijd met boetebeding. Matiging boete; art. 6:94 lid 1 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:RBNHO:2021:203 Rechtbank Noord-Holland 13-01-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2020:4015 Rechtbank Amsterdam 11-03-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (3.511 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04957
Datum 14 februari 2020
ARREST
In de zaak van
RIJNHOEK VASTGOED B.V.,gevestigd te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Rijnhoek Vastgoed,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
1. ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ RIJNHOEK C.V.,hierna: Ontwikkelingsmaatschappij,
2. GEM RIJNHOEK B.V.,
hierna: GEM,
3. ONTWIKKELINGSSAMENWERKING RIJNHOEK B.V.,
hierna: Ontwikkelingssamenwerking,
alle gevestigd te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats],
hierna: [verweerder 4],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Ontwikkelingsmaatschappij c.s.,
advocaat: R.T. Wiegerink.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/09/489631/HA ZA 15-649 van de rechtbank Den Haag van 23 december 2015 en 20 april 2016;
de arresten in de zaak 200.195.920/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2018 en 28 augustus 2018.
Rijnhoek Vastgoed heeft tegen het eindarrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Ontwikkelingsmaatschappij c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van Rijnhoek Vastgoed in haar cassatieberoep jegens Ontwikkelingssamenwerking en [verweerder 4], en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Rijnhoek Vastgoed heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Rijnhoek Vastgoed in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ontwikkelingsmaatschappij c.s. begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rijnhoek Vastgoed deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 14 februari 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04957
Datum 14 februari 2020
ARREST
In de zaak van
RIJNHOEK VASTGOED B.V.,gevestigd te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Rijnhoek Vastgoed,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
1. ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ RIJNHOEK C.V.,hierna: Ontwikkelingsmaatschappij,
2. GEM RIJNHOEK B.V.,
hierna: GEM,
3. ONTWIKKELINGSSAMENWERKING RIJNHOEK B.V.,
hierna: Ontwikkelingssamenwerking,
alle gevestigd te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk,
4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats],
hierna: [verweerder 4],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Ontwikkelingsmaatschappij c.s.,
advocaat: R.T. Wiegerink.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/09/489631/HA ZA 15-649 van de rechtbank Den Haag van 23 december 2015 en 20 april 2016;
de arresten in de zaak 200.195.920/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 maart 2018 en 28 augustus 2018.
Rijnhoek Vastgoed heeft tegen het eindarrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Ontwikkelingsmaatschappij c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van Rijnhoek Vastgoed in haar cassatieberoep jegens Ontwikkelingssamenwerking en [verweerder 4], en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Rijnhoek Vastgoed heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Rijnhoek Vastgoed in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ontwikkelingsmaatschappij c.s. begroot op € 2.707,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Rijnhoek Vastgoed deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 14 februari 2020.