Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:2002
2020-12-11
Civiel recht; Personen- en familierecht
20/01372
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:2002 → ECLI:NL:GHDHA:2019:2488 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:2002 → ECLI:NL:PHR:2020:1032 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag na echtscheiding. Regeling zorg- en opvoedingstaken en informatieverstrekking. Art. 1:253a BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:1046 Parket bij de Hoge Raad 26-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.118 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01372
Datum 11 december 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: A.H.H. Conradi-Vermeulen,
tegen
[de vrouw],wonende op een geheim adres in Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: P.S. Kamminga.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/10/504452 FA RK 16-5254 van de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2018;
de beschikkingen in de zaak 200.239.841/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2019, 18 september 2019 en 15 januari 2020.
De man heeft tegen de beschikking van het hof van 15 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01372
Datum 11 december 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],wonende te [woonplaats], België,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: A.H.H. Conradi-Vermeulen,
tegen
[de vrouw],wonende op een geheim adres in Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: P.S. Kamminga.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak C/10/504452 FA RK 16-5254 van de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2018;
de beschikkingen in de zaak 200.239.841/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2019, 18 september 2019 en 15 januari 2020.
De man heeft tegen de beschikking van het hof van 15 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.