Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1812

2020-11-20 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/00748
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-11-20
Publicatiedatum
2020-11-17
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/00748
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Belastingblad 2021/16 | FutD 2020-3448 | Viditax (FutD) 2020112007

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (8)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.131 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER



Nummer 20/00748

Datum 20 november 2020



ARREST


in de zaak van



[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)


tegen


1. het WATERSCHAP AMSTEL, GOOI EN VECHT
2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)


op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2020, nrs. 18/00593 en 18/00594, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nrs. AMS 17/1679 en 17/1681) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2016 opgelegde aanslag watersysteemheffing ingezetenen, aanslag zuiveringsheffing woonruimte en een aanslag watersysteemheffing gebouwd.




1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Zowel het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht als de Minister van Justitie en Veiligheid heeft een verweerschrift ingediend.




2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.