Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1713
2020-10-30
Civiel recht
19/01891
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2020:1713 → ECLI:NL:GHARL:2019:317 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1713 → ECLI:NL:PHR:2020:464 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 RO. Effectenlease. Waiverprocedure. Eigen schuldpercentage; grond voor afwijking van 'hofmodel'? Stelplicht en bewijslast bij negatieve verklaring voor recht. Bemiddeling door tussenpersoon; 'cold calling'; begrip advies.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (142)
- ECLI:NL:PHR:2022:19 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:19 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:19 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:19 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:19 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2022
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7201 Rechtbank Oost-Brabant 05-08-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7200 Rechtbank Oost-Brabant 05-08-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7201 Rechtbank Oost-Brabant 05-08-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7201 Rechtbank Oost-Brabant 05-08-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7200 Rechtbank Oost-Brabant 05-08-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7200 Rechtbank Oost-Brabant 05-08-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6327 Rechtbank Gelderland 30-07-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6327 Rechtbank Gelderland 30-07-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6327 Rechtbank Gelderland 30-07-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7160 Rechtbank Oost-Brabant 10-06-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7160 Rechtbank Oost-Brabant 10-06-2021
- ECLI:NL:RBOBR:2021:7160 Rechtbank Oost-Brabant 10-06-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:4084 Rechtbank Limburg 12-05-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:4084 Rechtbank Limburg 12-05-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:4084 Rechtbank Limburg 12-05-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4403 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 04-05-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3589 Rechtbank Limburg 21-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3589 Rechtbank Limburg 21-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3589 Rechtbank Limburg 21-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3524 Rechtbank Limburg 21-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3524 Rechtbank Limburg 21-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3524 Rechtbank Limburg 21-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3205 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3205 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3205 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3202 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3202 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3202 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3204 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3204 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3204 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3201 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3201 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3201 Rechtbank Limburg 14-04-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:3550 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3056 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3056 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3181 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3056 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3181 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3181 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3044 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3044 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3044 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:8900 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3043 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3043 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:8900 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:3043 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2021:8900 Rechtbank Limburg 07-04-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1711 Rechtbank Overijssel 06-04-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1711 Rechtbank Overijssel 06-04-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1711 Rechtbank Overijssel 06-04-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1713 Rechtbank Overijssel 06-04-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:1713 Rechtbank Overijssel 06-04-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.563 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01891
Datum 30 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
DEXIA NEDERLAND B.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Dexia,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 3682375 UC EXPL14-19819 JK/1218 van de kantonrechter te Utrecht van 11 november 2015;
het arrest in de zaak 200.226.684 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2019.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Dexia heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Dexia mede door F.J.L. Kaptein.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresidenten C.A. Streefkerk als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer MJ. Kroeze op 30 oktober 2020.
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01891
Datum 30 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],wonende te [woonplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
DEXIA NEDERLAND B.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Dexia,
advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak 3682375 UC EXPL14-19819 JK/1218 van de kantonrechter te Utrecht van 11 november 2015;
het arrest in de zaak 200.226.684 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2019.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Dexia heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Dexia mede door F.J.L. Kaptein.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresidenten C.A. Streefkerk als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer MJ. Kroeze op 30 oktober 2020.