Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1524

2020-09-25 Civiel recht 19/03037
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-09-25
Publicatiedatum
2020-09-25
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/03037
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/1028

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Zorgplicht assurantiemakelaar. Bedrijfsschade bij onderneming als gevolg van storing in een bedrijf dat vroeger deel uitmaakte van hetzelfde concern. Uitleg polis bedrijfsschade zoals die voor de afsplitsing bestond; verplichting van tussenpersoon om bestaande dekking ook na de afsplitsing te behouden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (6)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.097 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 19/03037

Datum 25 september 2020


ARREST


In de zaak van


ATTERO HOLDING B.V.,gevestigd te Voorst,
EISERES tot cassatie, verweerderster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Attero,
advocaat: D.A. van der Kooij,


tegen


1. AON NEDERLAND C.V.,gevestigd te Rotterdam,


2. AON NETHERLANDS OPERATIONS B.V.,gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Aon,
advocaat: J.W.H. van Wijk.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


het vonnis in de zaak C/10/498304/HA ZA 16-321 van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017;


het arrest in de zaak 200.220.770/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2019.



Attero heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Aon heeft in haar verweerschrift geconcludeerd tot verwerping van het principale beroep en heeft daarnaast voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Attero heeft in het incidentele cassatieberoep geconcludeerd tot verwerping.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor AON mede door J.B.B. Heinen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van zowel het principale als, mocht daaraan worden toegekomen, het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van Attero heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.






3Beslissing
De Hoge Raad:


verwerpt het principale beroep;


veroordeelt Attero in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aon begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Attero deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.