Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1345

2020-09-01 Strafrecht 19/03498
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-09-01
Publicatiedatum
2020-08-28
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
19/03498
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/962

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Jeugdzaak. Diefstal d.m.v. valse sleutel (art. 311.1.5 Sr), schuldheling (art. 417bis.1.a Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. niet verschijnen van moeder van verdachte ttz. in h.b. Art. 496a Sv. 2. Horen van reclasseringsmedewerker op moment dat deze nog niet is beëdigd als deskundige of getuige. 3. Oplegging bijzondere voorwaarde dat minderjarige verdachte onderwijs moet volgen volgens rooster gedurende gehele proeftijd, terwijl verdachte binnen die proeftijd niet meer leerplichtig is. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.176 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/03498 J

Datum 1 september 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2019, nummer 23/001382-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2020.