Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1332

2020-08-28 Bestuursrecht; Belastingrecht 19/04731
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-08-28
Publicatiedatum
2020-08-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/04731
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2020/2118 | V-N 2020/44.14 | NTFR 2020/2455 | FutD 2020-2419 | Viditax (FutD) 2020082811

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.345 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


BELASTINGKAMER



Nummer 19/04731

Datum 28 augustus 2020



ARREST



in de zaak van



[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)


tegen


de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN


op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 september 2019, nrs. 17/00045 tot en met 17/00048, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. 15/3230 tot en met 15/3233) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.




1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 9 december 2019. Deze brief van de griffier is aangetekend verzonden en is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Belanghebbende heeft daarop gereageerd bij brief die op 9 december 2019 per fax is ontvangen, maar zonder het verzuim te herstellen; het faxbericht bevat niet de gronden van het beroep. De brief van 9 december 2019 is op 10 december 2019 per aangetekende post ontvangen, met als bijlage daarbij de gronden van het beroep. Aangezien dit laatste geschrift bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, laat de Hoge Raad dit stuk buiten beschouwing.
Daarom zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.




2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.