Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1201

2020-07-07 Strafrecht 18/05504
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-07-07
Publicatiedatum
2020-07-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/05504
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/902

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd, art. 300 jo. 304 Sr, handelen i.s.m. een met toepassing van art. 9.1 Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod en opzettelijk handelen i.s.m. gedragsaanwijzing gegeven ex art. 509hh.1.b Sv. Middelen richten zich tegen de motivering van de strafoplegging, waaronder de duur van de proeftijd van 5 jaar verbonden aan het voorwaardelijk deel van opgelegde gevangenisstraf (art. 14b.2 Sr). HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.743 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER





Nummer 18/05504

Datum 7 juli 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2018, nummer 22/005476-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.C.M. Crepin, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020.