Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1166
2020-06-30
Strafrecht
19/01084
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1166 → ECLI:NL:PHR:2020:663
Inhoudsindicatie
Beklag, klaagschrift a.b.i. art. 164.8 WVW 1994 tegen invordering en inhouding rijbewijs. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Rb heeft bij beschikking van 18-12-2018 klaagschrift van klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs, ongegrond verklaard. Uit door AG ingewonnen inlichtingen blijkt dat rijbewijs op 5-6-2019 is teruggegeven aan klager. Dit betekent dat klager geen belang meer heeft bij cassatieberoep tegen beschikking van Rb zodat hij daarin n-o moet worden verklaard. Klager n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:118 Parket bij de Hoge Raad 03-02-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.886 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01084 B
Datum 30 juni 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2018, nummer RK 18/8325, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
De raadsman van de klager heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2018 het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs, ongegrond verklaard. Uit door de advocaat‑generaal ingewonnen inlichtingen, zoals in de conclusie vermeld, blijkt dat het rijbewijs op 5 juni 2019 is teruggegeven aan de klager. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.
STRAFKAMER
Nummer 19/01084 B
Datum 30 juni 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2018, nummer RK 18/8325, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft G.P. Dayala, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.
De raadsman van de klager heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2018 het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van zijn rijbewijs, ongegrond verklaard. Uit door de advocaat‑generaal ingewonnen inlichtingen, zoals in de conclusie vermeld, blijkt dat het rijbewijs op 5 juni 2019 is teruggegeven aan de klager. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.