Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2020:1052
2020-06-16
Strafrecht
19/03476
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2020:1052 → ECLI:NL:PHR:2020:418
Inhoudsindicatie
Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsvrouw, art. 48 Sv. HR: middel slaagt. Redenen daarvoor staan vermeld in de CAG. CAG: Bij de stukken bevindt zich een stelbrief van een advocaat, terwijl niet blijkt dat een afschrift van de dagvaarding aan haar is gezonden. Ttz. In h.b. is noch verdachte noch diens raadsvrouw verschenen. Uit het voorgaande vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. de dagvaarding in h.b. voorschrift vervat in art. 48 Sv niet is nageleefd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2022:1111 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1221 Parket bij de Hoge Raad 09-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:887 Parket bij de Hoge Raad 29-06-2021
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.012 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/03476
Datum 16 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 juni 2019, nummer 21/002755-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel bevat de klacht dat artikel 48 Sv in hoger beroep niet is nageleefd omdat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte toe te zenden.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2020.
STRAFKAMER
Nummer 19/03476
Datum 16 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 juni 2019, nummer 21/002755-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel bevat de klacht dat artikel 48 Sv in hoger beroep niet is nageleefd omdat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte toe te zenden.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2020.