Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:1008

2020-06-02 Strafrecht 20/00613
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-06-02
Publicatiedatum
2020-06-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/00613
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2020/754

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend door verpleegkundige (centralist meldkamer) en haar werkgever (geneeskundige meldkamer) tegen vordering OvJ tot verstrekking van gevoelige gegevens (meldkamergesprek) ex art. 126nf Sv, nadat alarmnummer van meldkamer is gebeld i.v.m. aantreffen van bejaarde vrouw die is overleden en vervolgens o.g.v. nader onderzoek vermoeden is gerezen van misdrijf. Verschoningsrecht verpleegkundige en afgeleid verschoningsrecht geneeskundige meldkamer, art. 218 Sv. 1. Verzuim onderzoek in raadkamer aan te houden in afwachting van nadere door OM aan te leveren informatie. 2. Is sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die verschoningsrecht kunnen doorbreken? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.844 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/00613 Bv

Datum 2 juni 2020




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 november 2019, nummers RK 19/3075 en RK 19/3184, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klaagster 1],



en




[klaagster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats].





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.