Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2020:10

2020-01-07 Strafrecht 19/00106
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2020-01-07
Publicatiedatum
2020-01-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
19/00106
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2020-0005 | RvdW 2020/150

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verstekarrest, art. 432.1 Sv. HR: Op de gronden vermeld in de CAG kan verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep. CAG: een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheid welke de overschrijding van de beroepstermijn verontschuldigbaar doen zijn, doet zich niet voor. Van onjuist verstrekte ambtelijke informatie is i.c. niet gebleken. Verdachte in cassatieberoep n-o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.499 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 19/00106

Datum 7 januari 2020




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 november 2018, nummer 23/001932-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn cassatieberoep.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 januari 2020.