Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:987

2019-06-18 Strafrecht 18/01047
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-06-18
Publicatiedatum
2019-06-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
18/01047
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/779

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv onder klaagster op een hond. Klacht dat een ander niet als redelijkerwijs rechthebbende is aan te merken en dat de Rb niet had mogen afwijken van de hoofdregel dat het voorwerp terug moet naar de beslagene, omdat de civielrechtelijke rechtsverhouding niet voldoende duidelijk is geworden. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.523 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 18/01047

Datum 18 juni 2019




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 6 februari 2018, nummer RK 17/4849, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door


door




[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de klaagster.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J.L. Baar, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2019.