Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:781
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:781 → ECLI:NL:PHR:2019:297
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag o.g.v. rechtshulpverzoek op administratieve bescheiden onder klaagster (in Luxemburg gevestigde rechtspersoon) i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen ander. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Belang van beroep na teruggave inbeslaggenomen voorwerp? Rb heeft klaagschrift n-o verklaard. Blijkens aan HR gezonden stukken zijn inbeslaggenomen administratieve bescheiden in september 2017 teruggeven aan klaagster. Gelet daarop is beslag inmiddels beëindigd zodat klaagster in cassatieberoep niet kan worden ontvangen. Omstandigheid dat klaagschrift, behalve verzoek tot teruggave van administratieve bescheiden, ook verzoek bevat om (i) te gelasten dat kopieën van (delen van) die administratie worden teruggegeven of vernietigd, (ii) in rechte vast te stellen dat kennisneming door Belastingdienst van d.m.v. deze administratie verkregen gegevens onrechtmatig was en (iii) te gelasten dat die gegevens niet door Belastingdienst worden gebruikt, leidt niet tot ander oordeel omdat art. 552a Sv niet in mogelijkheid voorziet om daarover beklag te doen (vgl. ECLI:NL:HR:2003:AF6594). Verklaart klaagster n-o in cassatieberoep. CAG: anders.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2003:AF6594 Hoge Raad 03-06-2003
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2026:637 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2026
- ECLI:NL:HR:2025:456 Hoge Raad 25-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2022:649 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:648 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2020:410 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:3 Parket bij de Hoge Raad 14-01-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.380 tekens)
Strafkamer
nr. S 18/00779 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 26 januari 2018, nummer RK 17/2216, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
, gevestigd te [plaats] .
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.
Het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekt onder meer tot teruggave van inbeslaggenomen administratieve bescheiden aan de klaagster. De Rechtbank heeft bij de bestreden beschikking het klaagschrift niet-ontvankelijk verklaard. Blijkens de aan de Hoge Raad gezonden stukken zijn de inbeslaggenomen administratieve bescheiden in september 2017 teruggegeven aan de klaagster. Gelet daarop is het beslag inmiddels beëindigd zodat de klaagster in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.
2.2.
De omstandigheid dat het klaagschrift, behalve een verzoek tot teruggave van de administratieve bescheiden, ook een verzoek bevat om (i) te gelasten dat kopieën van (delen van) die administratie worden teruggegeven of vernietigd, (ii) in rechte vast te stellen dat de gestelde kennisneming door de Belastingdienst van door middel van deze administratie verkregen gegevens onrechtmatig was en (iii) te gelasten dat die gegevens niet door de Belastingdienst worden gebruikt, leidt niet tot een ander oordeel omdat art. 552a Sv niet in de mogelijkheid voorziet om daarover beklag te doen (vgl. HR 3 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6594).
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2019.