Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2019:778

2019-05-21 Strafrecht 17/00423
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2019-05-21
Publicatiedatum
2019-05-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/00423
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/651

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen poging doodslag in Kaatsheuvel door tijdens poging tot beroving van zijn hennepkwekerij meermalen met vuurwapen op luchtkoker te schieten, waarbij slachtoffer (inbreker) in zijn nek is geraakt, art. 287 Sr. Bewijsklacht medeplegen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met ECLI:NL:HR:2018:1963.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.608 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 17/00423

Datum 21 mei 2019




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 december 2016, nummer 20/002413-15, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.





1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.T.A.G. Keller, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in de mate die de Hoge Raad passend acht en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



3Beoordeling van het tweede middel

3.1
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.


3.2
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zeven jaren.




4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze zes jaren en zes maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 mei 2019.