Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:634
2019-04-19
Civiel recht; Personen- en familierecht
18/04688
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:634 → ECLI:NL:GHSHE:2018:4094 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:634 → ECLI:NL:PHR:2019:282 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Echtscheiding. Bij welke ouder hebben de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats? Art. 1:253a BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:1046 Parket bij de Hoge Raad 26-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.674 tekens)
19 april 2019
Eerste Kamer
18/04688
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader] ,wonende te [woonplaats 1] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. D.M. de Knijff en mr. M.S. van der Keur,
t e g e n
1. [de moeder] , wonende te [woonplaats 2] , Frankrijk,
VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen,
en
2. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGI ZUIDOOST NEDERLAND,
gevestigd te Maastricht,
3. STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,
gevestigd te Heerlen,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de moeder, de raad en de stichting.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/03/230607/FA RK 17-130 van de rechtbank Limburg van 6 oktober 2017, aangevuld bij beschikking van 29 november 2017;
b. de tussenbeschikking in de zaak 200.230.842/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 april 2018 en de beschikking in de zaken 200.230.842/01 en 200.235.196/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 oktober 2018.
De beschikking van het hof van 4 oktober 2018 is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 4 oktober 2018 heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder, de raad en de stichting hebben geen verweerschriften ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 19 april 2019.
Eerste Kamer
18/04688
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader] ,wonende te [woonplaats 1] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. D.M. de Knijff en mr. M.S. van der Keur,
t e g e n
1. [de moeder] , wonende te [woonplaats 2] , Frankrijk,
VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen,
en
2. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGI ZUIDOOST NEDERLAND,
gevestigd te Maastricht,
3. STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,
gevestigd te Heerlen,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de moeder, de raad en de stichting.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/03/230607/FA RK 17-130 van de rechtbank Limburg van 6 oktober 2017, aangevuld bij beschikking van 29 november 2017;
b. de tussenbeschikking in de zaak 200.230.842/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 april 2018 en de beschikking in de zaken 200.230.842/01 en 200.235.196/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 oktober 2018.
De beschikking van het hof van 4 oktober 2018 is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 4 oktober 2018 heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder, de raad en de stichting hebben geen verweerschriften ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 19 april 2019.