Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:606
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:606 → ECLI:NL:GHARL:2017:2003 (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:606 → ECLI:NL:PHR:2019:414
Inhoudsindicatie
Grootschalige hypotheekfraude, megazaak Peseta. Als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.3 Sr), feitelijke leiding geven aan medeplegen witwassen begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr) en feitelijke leiding geven aan medeplegen valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (art. 225.1 Sr) door als mededirecteur van vennootschap samen met anderen klanten met financiële problemen te adviseren tweede huis te kopen en extra geldleningen en bouwdepots aan te vragen, waarbij gebruik is gemaakt van valse werkgeversverklaringen, valse salarisstroken en valse facturen. Hof heeft verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf van 18 maanden en daarnaast aan verdachte bijkomende straf opgelegd van ontzetting van recht op uitoefening van beroep van financieel adviseur en hypotheekadviseur voor 7 jaren. Duur bijkomende straf in strijd met maximumduur ex art. 31.1.2 Sr? Art. 31.1.2 Sr houdt in dat bij veroordeling tot tijdelijke gevangenisstraf duur van ontzetting van recht duur van hoofdstraf ten minste 2 en ten hoogste 5 jaren te boven gaat. Door Hof bepaalde duur van ontzetting van recht bepaald beroep uit te oefenen is met dit voorschrift in strijd. HR leest bestreden uitspraak met verbetering van die misslag en verstaat dat Hof duur van ontzetting van recht op uitoefening van beroep van financieel adviseur en hypotheekadviseur heeft bepaald op 6 jaren en 6 maanden. Samenhang met 17/01394, 17/01622, 17/01668, 17/02690, 17/02829 en 17/02831.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2026:169 Parket bij de Hoge Raad 10-02-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:169 Parket bij de Hoge Raad 10-02-2026
- ECLI:NL:PHR:2023:932 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2023
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.987 tekens)
Strafkamer
nr. S 17/01580
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 maart 2017, nummer 21/001243-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft K. Canatan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde bijkomende straf, tot bepaling daarvan op 6 jaar en 6 maanden, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het negende middel
2.1.
Het middel klaagt over de duur van de aan de verdachte opgelegde ontzetting van het recht op uitoefening van het beroep van financieel adviseur en hypotheekadviseur.
2.2.
Het Hof heeft de verdachte ter zake van 1. "Als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", 2A. "Medeplegen van witwassen, terwijl het strafbare feit wordt begaan door een rechtspersoon en verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" en 3A. "Medeplegen van valsheid in geschrift, terwijl het strafbare feit wordt begaan door een rechtspersoon en verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging" veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden. Daarnaast heeft het Hof aan de verdachte de bijkomende straf opgelegd van ontzetting van het recht op uitoefening van het beroep van financieel adviseur en hypotheekadviseur gedurende een periode van zeven jaren.
2.3.
Art. 31, eerste lid aanhef en onder 2°, Sr houdt in dat bij veroordeling tot een tijdelijke gevangenisstraf de duur van de ontzetting van een recht de duur van de hoofdstraf ten minste twee en ten hoogste vijf jaren te boven gaat. De door het Hof bepaalde duur van de ontzetting van het recht een bepaald beroep uit te oefenen is met dit voorschrift in strijd. Het middel klaagt daarover terecht. De Hoge Raad leest de bestreden uitspraak met verbetering van die misslag.
3. Beoordeling van de overige middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden.
5Beslissing
De Hoge Raad:
verstaat dat het Hof de duur van de ontzetting van het recht op uitoefening van het beroep van financieel adviseur en hypotheekadviseur heeft bepaald op zes jaren en zes maanden;
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze zeventien maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2019.