Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2019:509
2019-04-05
Civiel recht; Personen- en familierecht
18/03160
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2019:509 → ECLI:NL:GHSHE:2018:2304 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2019:509 → ECLI:NL:PHR:2019:114 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Alimentatie. Art. 1:160 BW. Beëindiging onderhoudsplicht; samenleven met een ander als waren zij gehuwd; wanneer is sprake van samenwonen?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:9099 Rechtbank Amsterdam 18-11-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:9104 Rechtbank Amsterdam 13-11-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:8080 Rechtbank Amsterdam 09-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.123 tekens)
5 april 2019
Eerste Kamer
18/03160
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
t e g e n
[de vrouw] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/207768/FA RK 15-2109 van de rechtbank Limburg van 22 november 2016 en 13 juli 2017;
b. de beschikkingen in de zaak 200.225.182/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 december 2017 en 31 mei 2018.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 31 mei 2018 heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 5 april 2019.
Eerste Kamer
18/03160
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen,
t e g e n
[de vrouw] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/207768/FA RK 15-2109 van de rechtbank Limburg van 22 november 2016 en 13 juli 2017;
b. de beschikkingen in de zaak 200.225.182/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 december 2017 en 31 mei 2018.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 31 mei 2018 heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 5 april 2019.